Terug naar overzicht
Blog

Waarom een twin datacenter de beste keuze is voor maximale uptime

Maximale uptime is het doel. Processen zijn gedigitaliseerd, ketens zijn gekoppeld en dienstverlening is 24/7 geworden. Eén verstoring kan direct doorwerken naar partners, patiënten, huurders, klanten of ontwikkelteams. De vraag is daarom niet of er een incident komt, maar hoe snel je organisatie kan blijven draaien als het gebeurt. In dat licht is een twin datacenter vaak de meest logische route naar maximale beschikbaarheid en aantoonbare continuïteit. Lees ons blog over twin datacenters.
Door:
Pieter de Haer, Portfoliomanager Cloud & Infrastructure
Meer over onze datacenters

Redundantie

Veel IT-omgevingen zijn netjes redundant uitgevoerd op componentniveau: dubbele voedingen, meerdere switches, RAID, failover-clusters. Dat is waardevol, maar het blijft vaak binnen één fysieke locatie. En precies daar zit het risico, want brand, wateroverlast, stroomproblemen, koelproblemen of menselijke fouten kunnen een compleet datacenter raken. Dan helpt het weinig dat je twee voedingen hebt als het hele gebouw spanningsloos is of ontruimd moet worden

Een twin datacenter trekt redundantie door naar het hoogste niveau. Een twin datacenter bestaat uit twee geografisch gescheiden locaties die zo zijn ingericht dat je diensten kunnen blijven functioneren wanneer één site uitvalt. Als je op twee locaties afzonderlijk een uptime garantie hebt en je bouwt je dienst actief over beide locaties, dan kun je het beschikbaarheidsniveau significant verhogen. Een voorbeeld hiervan is dat 99% per locatie op dienstniveau kan uitkomen op 99,999%.

Waar zit het echte verschil tussen een single en twin datacenter?

In een single datacenter draait je omgeving op één plek. Dat levert al veel voordelen op ten opzichte van on-premise, zoals betere fysieke beveiliging, professionele voorzieningen en vaak hogere Tier-classificaties. Maar het blijft één locatie. Je data en applicaties staan dan in één uitzonderlijk datacenter. Maar wil je het echt op safe spelen? Dan is een twin datacenter de volgende stap, omdat je kunt kiezen om op beide locaties data en applicaties te laten draaien. Valt datacenter 1 uit, dan draait het door in datacenter 2.

In een twin datacenter zijn twee datacenters onderling gekoppeld en ontworpen om als één platform te werken. Dat betekent dat je architectuurkeuzes hebt die bij single-site setups simpelweg niet bestaan. Denk aan actieve/actieve opzet, automatische failover, spreiding van clusters en onderhoud op één site zonder geplande downtime voor de organisatie. Het verschil tussen een single datacenter en een twin datacenter zit dus in de stap van redundantie binnen één locatie naar redundantie over twee geografisch gescheiden locaties, waardoor je niet alleen beter kunt herstellen na een incident, maar kunt blijven doordraaien als één site uitvalt.

Risicovermindering bij calamiteiten

Een klassieke reflex bij continuïteit is de verwijzing naar back-ups. Back-ups zijn essentieel, maar ze lossen een beschikbaarheidsprobleem niet automatisch op. Als je back-up prima is, maar je herstel duurt uren of dagen, dan heb je alsnog forse impact op operatie, reputatie en mogelijk compliance. En is je data überhaupt nog bruikbaar na inbraak, brand of andere calamiteit? Worden back-ups dagelijks gemaakt en op een andere locatie opgeslagen? Belangrijk is ook dat je je afhankelijkheden, zoals identity, netwerk, DNS, monitoring, key management en je operationele processen redundant maakt. Redundantie is uiteindelijk pas echt waardevol als je het kunt bewijzen met tests.

Vergeet andere valkuilen niet

Een valkuil die je zeker niet mag vergeten is dat je misschien wel colocatie hebt, maar slechts één verbinding vanaf je hoofdlocatie hebt. Dan creëer je alsnog een single point of failure die naar de netwerklaag verschuift. Omdat je data en applicaties extern draaien, wordt de connectiviteit ineens net zo kritisch als het platform zelf. De oplossing is daarom een redundante verbinding met twee geografisch gescheiden routes naar het datacenter, zodat bij uitval van één pad het andere automatisch overneemt. Praktisch betekent dit: werken met meerdere carriers, gescheiden tracés en gescheiden POP’s en waar nodig een fallback om minimale functionaliteit te borgen.

Business continuïteit in kritische sectoren

In kritische sectoren is downtime niet alleen een interne IT-kwestie. In de zorg kunnen digitale dossiers, planning, medicatieprocessen en communicatie afhankelijk zijn van beschikbaarheid. Een storing kan dan direct effect hebben op zorgcontinuïteit. De beveiligingseisen per applicatie kunnen bovendien verschillen. Systemen zoals een elektronisch patiëntendossier kennen bijvoorbeeld zwaardere eisen dan een systeem om een vergaderruimte te boeken.

Wat levert een twin datacenter in de praktijk op?

Een twin datacenter is een fundament waarop digitalisering en innovatie betrouwbaarder worden. Concreet levert dit het volgende op:
-Hogere beschikbaarheid op dienstniveau door actieve spreiding en failover
-Minder impact van onderhoud doordat updates en vervangingen vaker zonder nachtwerk of uitval kunnen, omdat één site tijdelijk meer draagt
-Sneller herstel bij incidenten
-Betere risicobeheersing doordat niet alleen de techniek, maar ook governance en audits makkelijker worden als je continuïteit structureel hebt ontworpen

Past een twin datacenter bij jouw organisatie?

Wil je zeker weten dat jouw infrastructuur blijft draaien, ook als één locatie uitvalt? Dan is het slim om te toetsen of je huidige omgeving klaar is voor een twin datacenter-aanpak. Vaak begint dit met een inventarisatie van je infrastructuur en de afhankelijkheden van je belangrijkste services, waarna je bepaalt welke virtual machine je als eerste redundant wilt uitvoeren over twee locaties. Wil je sparren over de beste opzet? Neem contact op met Previder voor concreet advies voor jouw situatie.

Gratis checklist datacenter kiezen