De juiste cloudstrategie kiezen: private, public, hybrid of multi-cloud?
Private cloud
Een private cloud is een cloudomgeving die exclusief voor één organisatie is ingericht. Het grote voordeel van een private cloud is de mate van regie: je bepaalt zelf hoe streng je de omgeving maakt en je kunt keuzes afdwingen die aansluiten op interne standaarden en audits. De keerzijde is dat private cloud meestal ook betekent dat je verantwoordelijk blijft voor het beheer en de capaciteit. Ook al automatiseer je veel, je hebt nog steeds te maken met ontwerpen, testen en beschikbaarheidsconcepten die je zelf moet borgen.
De private cloud is vaak logisch wanneer er sprake is van stabiele, bedrijfskritische workloads met strikte eisen aan inrichting en controle, of wanneer je (nog) niet alles kunt of wilt standaardiseren richting public cloud. Ook als je veel legacy hebt dat niet eenvoudig te moderniseren is, kan private cloud een solide basis zijn om gecontroleerd te migreren en te rationaliseren in je eigen tempo.
Public cloud
De public cloud draait op een gedeelde infrastructuur van een externe provider. Het sleutelwoord bij dit model is elasticiteit. Je kunt snel opschalen, afschalen en nieuwe platformdiensten afnemen zonder vooraf te investeren in onderliggende capaciteit. Daarmee is public cloud sterk in innovatie, omdat managed databases, data- en integratiediensten, DevOps-automatisering en moderne security building blocks vaak direct beschikbaar zijn.
Tegelijk verschuift de regie bij dit model van fysieke controle naar governance en beleid. Je hebt minder zicht op de fysieke laag en daarmee ook minder directe sturing op locatie en onderliggende infrastructuur. Dat is niet per se een probleem, maar het vraagt wel om een volwassen inrichting van identity en access, encryptie, logging en monitoring, compliance evidence en vooral kostensturing. Kosten in public cloud zijn in het begin vaak aantrekkelijk, maar kunnen verrassen zodra omgevingen groeien.
Hybrid cloud
Hybrid cloud combineert private en public cloud. Je hoeft het niet te zien als een tussenoplossing, maar het is vaak de meest rationele route als het gaat om legacy, afhankelijkheden, dataclassificatie, latency-eisen en situaties waarin niet alle applicaties dezelfde snelheid van verandering aankunnen. Het voordeel van hybrid is dat je per workload kunt kiezen wat het beste past. Kritische of gevoelige delen blijven tijdelijk of structureel in private, terwijl je voor digitale vernieuwing of piekbelasting public cloud inzet.
Tegelijk is hybrid ook het model waar ontwerpkeuzes het hardst terugbetalen. De kosten bij een hybrid model zijn meestal een mix van een voorspelbare basis (private) en variabele componenten (public). De kunst is om die mix bewust te managen. Welke workloads horen elastisch te zijn, en welke wil je juist stabiel en voorspelbaar houden? Door dit vooraf vast te leggen in je cloud governance, voorkom je dat hybrid verandert in een ‘alles-kan-overal’-infrastructuur met oplopende complexiteit en kosten.
Multi-cloud
Multi-cloud betekent dat je meerdere public cloudomgevingen gebruikt. In de praktijk is dit vaak ook een private component. Dit kan heel bewust zijn, bijvoorbeeld omdat je per domein de best passende diensten kiest, of omdat klanten en partners eisen stellen aan de platformkeuze. Multi-cloud kan ook ontstaan door organisatiegroei, fusies of autonome teams. De valkuil is dat multi-cloud vaak wordt gezien als dé oplossing tegen afhankelijkheid, terwijl je vooral complexiteit toevoegt.
Je verdubbelt of verdrievoudigt keuzes rond identity, security tooling, networking, logging, incident response en skills. Dat is niet erg als je er een duidelijke reden voor hebt, maar het moet een expliciete business- en risicobeslissing zijn. Multi-cloud vraagt daarom om strakke standaardisatie op de lagen boven de cloudprovider. Als jouw organisatie die standaardisatie en centrale regie kan borgen, kan multi-cloud waardevol zijn. Zo niet, dan is de kans groot dat je vooral beheerlast, versnippering en kosten toevoegt zonder dat je er echt wendbaarder van wordt.
Hoe verschillen deze cloudmodellen van elkaar?
Als je het terugbrengt tot de kern, draait het om drie assen: regie, kosten en schaalbaarheid.
Regie: op het gebied van regie geeft private de meeste directe controle over de inrichting en standaarden. Public vraagt governance op policy-niveau en acceptatie dat fysieke controle bij de provider ligt. Hybrid en multi-cloud maken regie vooral een vraagstuk van integratie en consistent beleid
Kosten: kijken we naar de kosten? Dan is private voorspelbaar, maar vraagt het om structureel beheer. Public is flexibel maar vraagt actieve kostensturing om verrassingen te voorkomen. Hybrid is een mix die je goed moet orkestreren. Multi-cloud kan financieel gunstig uitpakken in specifieke scenario’s, maar kost vrijwel altijd meer in beheer, tooling en expertise
Schaalbaarheid: public blinkt uit, maar beschikbaarheid is vooral een ontwerptaak. Private kan zeer hoog beschikbaar zijn, mits je er bewust de architectuur voor inricht. Hybrid en multi-cloud bieden extra opties, maar alleen als je connectiviteit, failover en dataconsistentie goed hebt ontworpen
Sparren over wat de beste keuze is?
De beste cloudstrategie is zelden alles naar private of public. Je kiest per workload, maar met één consistent regiemodel voor security, identity, monitoring en kosten. Als je dat goed doet, kun je hybrid en zelfs multi-cloud beheersbaar maken. Wil je sparren over wat de beste cloud is voor jouw organisatie? Neem dan contact op,